Gegevens gebruiken, doorgeven en refereren in je proces.
Wat zijn tags in Orchestra?
Tags zijn verwijzingen naar data die binnen een proces gebruikt kan worden.
Een tag kan:
- data bevatten (bijvoorbeeld invoer uit een formulier)
- of een referentie zijn naar data die elders wordt beheerd
(zoals in Dossier of een extern systeem)
Tags zorgen ervoor dat processtappen met elkaar kunnen samenwerken zonder dat data steeds opnieuw hoeft te worden vastgelegd.
Een tag invoegen
Op verschillende plekken in Orchestra kun je tags invoegen in tekst, bijvoorbeeld in:
- de inhoud van e-mails
- de titel van e-mails
- de omschrijving van een taak
- andere tekstvelden die dynamische inhoud ondersteunen
Er zijn meerdere manieren om dit te doen.
Tags invoegen via het toetsenbord
In tekstvelden kun je een tag invoegen door ]] te typen.
- zodra je
]]typt, opent het tag-selectiescherm - je kiest de gewenste tag
- de tag wordt direct in de tekst geplaatst
Dit is de snelste manier om tijdens het schrijven tags toe te voegen.
Tags invoegen via de editor
De rich text editor (bijvoorbeeld bij e-mails of taakomschrijvingen) heeft ook een knop in de menubalk om een tag in te voegen.
- klik op de tag-knop
- het tag-selectiescherm opent
- selecteer de gewenste tag
Deze methode is handig als je liever via de interface werkt.
Een bestaande tag wijzigen
Als er al een tag in de tekst staat, kun je deze eenvoudig aanpassen:
- klik op de bestaande tag
- het tag-selectiescherm opent opnieuw
- kies een andere tag
De geselecteerde tag wordt direct vervangen, zonder dat je de tekst hoeft aan te passen.
Verplichte tags in velden
In sommige velden is een tag verplicht.
- deze velden bevatten standaard een tag met het label
??? - dit geeft aan dat de tag nog niet is gekozen
- klik op
???om het tag-selectiescherm te openen - selecteer de gewenste tag
Zolang ??? zichtbaar is, is het veld nog niet correct ingevuld.

Soorten tags in Orchestra
Orchestra maakt onderscheid tussen verschillende typen tags, herkenbaar aan hun kleur en herkomst.
Procestags (blauw)
Procestags ontstaan door gegevens die van buiten het proces binnenkomen.
Voorbeelden:
- formulierinvoer
- output van blokje in het proces
Kenmerken:
- ontstaan automatisch
- zijn read-only
- kunnen niet worden overschreven
- bestaan alleen binnen de procesinstantie
Datalake tags (geel)
Datalake tags zijn referenties naar data in Dossier of een extern systeem.
Kenmerken:
- verwijzen naar bestaande data
- data wordt niet gekopieerd
- waarde kan wijzigen buiten het proces om
- kan wel een nieuwe waarde krijgen (door schrijven naar het datalake)
Belangrijk:
- als een formulier gekoppeld is aan Dossier, levert dit datalake tags op
en geen procestags
Variabele tags (groen)
Variabele tags zijn de enige tags die je expliciet in het proces zelf aanmaakt.
Ze worden gebruikt om:
- data af te leiden
- waarden te normaliseren
- tijdelijke proceslogica te ondersteunen
Variabele tags kunnen worden aangemaakt door:
- omzettingstabellen
- scripts
- andere logische blokken
Kenmerken:
- kunnen een nieuwe waarde krijgen
- bestaan alleen binnen de procesinstantie
- worden bewust en beperkt gebruikt
Vaste tags (blauw)
Vaste tags zijn systeemtags die hun waarde automatisch genereren op het moment dat ze worden gebruikt. Ze verwijzen niet naar opgeslagen data en bevatten ook geen blijvende waarde.
Voorbeelden van vaste tags:
- huidige dag
- huidige staging-omgeving
- e-mail van de uitvoerdere
- naam van de procesinstantie
De tag verwijzen naar gegevens die altijd in het proces of systeem aanwezig zijn.
Kenmerken:
- de waarde wordt dynamisch bepaald bij gebruik
- de tag bevat geen vooraf opgeslagen data
- de waarde kan per gebruik verschillen
- vaste tags zijn read-only
- ze kunnen niet worden overschreven
Waar worden tags gebruikt?
Tags kunnen in vrijwel alle blokken worden gebruikt, waaronder:
- gateways (conditions)
- e-mails (titel en inhoud)
- API-calls (URL, parameters, headers)
- omzettingstabellen
- taakbeschrijvingen
- etc.
Tags functioneren daarbij als datadragers of referenties, niet als logica op zichzelf.
Beveiliging en AVG
Bij het aanmaken van een variabele tag stel je expliciet in:
- beveiligingsniveau
- AVG-niveau
Voor tags die voortkomen uit:
- formulieren
- API-calls
worden deze instellingen daar vastgelegd, niet in het proces zelf.
Dit zorgt voor:
- consistente classificatie
- herbruikbare datadefinities
- minder kans op fouten